Koemo Steenslag

 

 

Over het gebruikte ballastmateriaal en de juiste verwerking daarvan.

Koemo steenslag is rechtstreeks te bestellen bij Koemo Modellbahnschotter.

 

Rails bestaat uit spoorstaven die op dwarsliggers gemonteerd zijn. De rails ligt in werkelijkheid los in het ballastbed, een "bed" van grind of steenslag. Dat ballastbed heeft twee doelen: het houdt het spoor op zijn plek en het zorgt voor de afvoer van (regen)water. Houten dwarsliggers zouden wegrotten als deze gedeeltelijk in het water bleven liggen.

Op de modelbaan zetten we de rail natuurlijk vast en het ballastbed is er alleen om het voorbeeld na te bootsen. Een goed nagebootst ballastbed draagt veel bij aan een mooi modelspoor. 

Het ballastbed ligt op een ondergrond. In de bergwereld van Zwitserland is dat vaak de rotsachtige ondergrond. Omdat het spoor geen grote hoogteverschillen mag hebben (helling Albulalijn: max. 3.5%) zal die ondergrond vaak verdiept of verhoogd zijn aangelegd.

 

Ook op de modelbaan begint de aanleg van het spoor met die ondergrond. Ik maakte stroken van 5 cm breed en 12 mm dik hechthout. Daarop legde ik de bij Bemo verkrijgbare kurkstrookjes van 4 mm dikte. Ik had echter niet gerekend met het plaatsen van bovenleidingmasten. Die staan 3 cm (bij de oude masten) of 3,5 cm uit het hart spoor. Bovenleidingmasten staan in principe aan de bergzijde van het spoor. Daar had de strook van hechthout best breder mogen zijn. Ik moest naderhand blokjes aanbrengen waarin de masten vastgezet werden.  (zoals op de foto)

In verband met de masten en met de later aan te brengen ballast

zou ik nu waar mogelijk aan de dalzijde 3,5 cm hout aanhouden en aan de bergzijde 4,5 cm. In totaal dus stroken van 8 cm.

De rails is met gewone hobbylijm op het kurk gelijmd. De rails is dan altijd nog met een scherp mes los te snijden. Ik spijker nooit. Spijkeren heeft bij mij wel eens schade veroorzaakt.

De strook naast het kurk is zo glad mogelijk afgewerkt. Zonder een gladde ondergrond wordt de afwerking met Koemo Steinmehl ook niet glad. Dat is iets wat ik in de loop van de bouw ontdekt heb.

Het Steinmehl  Weg15 geeft een heel goede modelweergave van de in werkelijkheid gebruikelijke fijne steenslag. Zelf de kleur is goed. De nu zichtbare laag geeft ongeveer de afgewerkte onderlaag aan waarop het ballastbed komt. De kurk is als het ware een onderdeel van het ballastbed.

Het gaatje in de voorgrond is voor de bovenleidingmast.

Dan het ballastbed. Ik heb Koemo steenslag toegepast. Het geeft voor het oog, als ook voor de foto's, een zeer realistische weergave weer van de werkelijkheid. Ik gebruikte op mijn baan een mengverhouding van 1 deel DN en 1 deel R10 van Koemo, uiteraard voor de schaal H0.

Ik gebruik al jaren een lijmmengsel van 1 deel houtlijm en 1 deel water met een beetje afwasmiddel. Door het lijmmengsel op de dwarsliggers te laten lopen trekt het van zelf in de steenslag. Even laten doortrekken en daarna in het natte materiaal meer lijmmengsel toevoegen wat weer verder doortrekt. Dat herhalen tot dat al de steenslag nat is. Nooit lijmmengsel op het droge ballast leggen, dat verplaatst de lichte steenslagkorrels.

(Het Steinmehl aanbrengen ging op dezelfde wijze)

 

Ballast dient het spoor op de plek te houden. Daarom moet de meeste ballast tegen de dwarsliggerkoppen liggen. In de praktijk wordt daar een ruggetje neergelegd. In het midden van het spoor mag gerust wat minder liggen. De Koemo ballast geeft steenslag weer, gebroken steen met met scherpe randen. Dat geeft een goede weerstand. Noem steenslag nooit grind! In Nederland werd vroeger veel grind gebruikt omdat dat materiaal voldoende aanwezig was. Grind was ooit door water en grondmassa's meegevoerd en is daardoor rond afgesleten. Grind geeft minder weerstand tegen verplaatsing.

Op een stationsemplacement was de ballast vaak niet zo ruim aanwezig. De snelheid van de treinen was er laag en er was voldoende weerstand door naastgelegen perrons of andere sporen. Bij nieuwe aanleg wordt het materiaal wel weer in ruime mate aangelegd.

 

Minder ballast op het stationsemplacement. Op beide foto's is te zien dat tussen de sporen ook weer het Koemo Steinmehl is verwerkt.

 

Op bovenstaande foto van de modelbaan is te zien dat bij een 70 mm brede onderbouw maar smalle looppaadjes naast het ballastbed overbleven. Dat is precies datgene wat ik in 1990 rond Filisur zag, nog nergens moderne brede inspectiepaden. (Foto bij Bergün in 1995)

 

Vaak was er nog een smallere onderbouw en was er van paadjes helemaal geen sprake. Zo werd bij ophogingen met steunmuur een minimale maat van 1,8 m uit hart spoor gehanteerd. In model slechts 21 mm uit hart spoor!  

De moderne Sommerfeldt bovenleidingmasten staan op 35 mm uit het spoor en dus op de rand van de onderbouw. De standaard Sommerfeldt mast staat op 30 mm uit het hart spoor en staat daardoor in het looppad.

 

Ballast verwerken bij een wissel waarvan de tongbeweging uitgenomen kan worden is wel heel comfortabel!

Alle spoorstaven zijn met Koemo Rostbraun behandeld.

Hier is duidelijk te zien dat het ballastmateriaal op het paadje uit fijne steenslag ligt.

Daarom eerst de Steinmehl aanbrengen en pas later de ballast!